122 x 102 cm Acryl op MDF
2026
Zij is mijn beste maatje.
Ik hou haar veilig opgeborgen in een schuifje, vlakbij.
In alle andere schuifjes van mijn leven ben ik wat verwacht wordt:
vader,
zakenman,
partner.
Bij haar hoeft dat even niet.
Daar mag ik gewoon zijn wie ik ben.
Ik vertoef graag in dat schuifje.
Tot zij begint te kijken.
Niet alleen naar haar plekje,
maar naar de rest van mij.
Dan klap ik het schuifje dicht.
Ik zit graag in ons schuifje.
Maar eigenlijk alleen als hij erbij is.
Dan ben ik er.
Echt gezien.
Maar wanneer het schuifje dichtklapt,
voel ik me krimpen
tot ik niets beteken.
Ik verdwijn.
En dan komt die bijzondere vorm van boosheid.
Omdat ik uiteindelijk zelf kies
om alleen daar écht te zijn.
Klein te zijn.
In ons schuifje.
Ik zit met mijn handen in mijn haar.
Ze snappen het weer niet.
Dat ik er net ben om hen echt te laten leven.
Hij moet uit zijn pak, bloter worden.
Zij moet uit het schuifje, groter worden.
Hij kan net dat van haar leren,
zij kan net dat van hem leren.
Alleen als ze het ongemak doorstaan.
Verdikke toch.
Ze waren er bijna.
Het schilderij samen met de stemmen van 'Hij, Zij en Ons' zijn onderdeel van een artistiek onderzoek naar een relationele double bind.
Zij zoekt veiligheid in gezien worden, hij zoekt veiligheid in onzichtbaar blijven.
Als zij nabij komt, voelt hij zich opgeslokt in de relatie en te zichtbaar.
Als hij minder zichtbaar wordt, verliest zij zichzelf.
Elke stap die ze zetten, staat haaks op de veiligheid van de ander.